Geschiedenis

Wanneer Langemark-Poelkapelle precies ontstond is vrij moeilijk te ontdekken.  Uit allerhande oude geschriften konden we achterhalen dat het gebied gelegen was op de scheidingsgrens tussen de Morinen (een Keltische volksstam) in het moerasgebied Oud-België en de Menapiërs op de scheiding tussen moeras en woud.

De bevolking voegde zich bij de Menapiërs dat zich later moeilijk kon onderwerpen aan de wetten van Caesar.

Later voerden ze strijd tegen de Noren, Friezen, Saksen en de Franken, die het gehele grondgebied overmeesterden.  Langemark (of Marc zoals het toen heette) lag aan de taalgrens tussen Morinen en Franken.

Vanwaar de naam precies afkomstig is moeilijk vast te stellen en de bronnen verschillen nogal.  Maar dat er reeds vroeg nederzettingen geweest zijn blijkt uit het feit dat er na de Eerste Wereldoorlog langs de Broenbeek zeer oude munten werden teruggevonden.  Ook de Vossemote, gelegen aan de Haenebeek, dateert uit dezelfde periode.  Aan de Vossemote vond men in 1898 restanten van potten, een haard en ossenbeenderen.  Uit de teruggevonden overblijfselen, kan men afleiden zou het hier gaan om een voorlopige woning in afwachting van de bouw van een kasteel in steen.

Vast staat dat Langemark in 1102 een parochie werd onder graaf Robert II van Jeruzalem.  Er ontstonden in de loop der tijden 6 kapellen,nl: O.L.V. kapel en St-Pauluskapel die in een kerk verenigd werden, de Cappel St-Jan ter Vonte bij de St-Jansbeek, de St-Eloyskapel in de Bikschotestraat, De capelle ten Poele, die al in 1037 gekend was en in 1804 parochie werd en in 1904 gemeente.  De laatste in de rij , de St-Juliaankapel was al in de 14de eeuw bekend en werd parochie in 1909.

Bikschote was al in de elfde eeuw gekend en de oudst gekende pastoor staat vermeld in de archieven in 1220.  Ook de abdij van Corbie ontstond al in 1096.

In 1296 gaf Gwijde van Dampierre toelating om op kerkgrond een Lakenhalle te bouwen en er op woensdag een marktdag te houden.  De halle werd in 1344 vernield en tot 1700 was de plaats van de halle nog goed gekend (waar nu ongeveer het kerkhof is).

De goederen en landerijen van Gwijde gaan in 1406 over naar de dochter van Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië.  Ze trouwde met hertog van Kleef en in 1625 gaan de goederen over naar Wolfgang Willem van Neuburg.

Na de periode tussen 1800 en 1830 werd het rustiger en kwamen nieuwe ideeën en werden nieuwe nutsvoorzieningen zoals tram, verlichting, bestrating,… aangelegd. 

En toen?  Toen werd het Oorlog.  Onze mooie dorpen van weleer werden omgetoverd tot een grote puinhoop en er bleef niet meer over dan een desolaat maanlandschap.

De gruwel van de oorlog heeft ons zeker niet gespaard.  Op 22 april 1915 was er voor het eerst in de wereldgeschiedenis een gasaanval.  De Duitsers namen de dorpen in en raakten tot het Ieperleekanaal maar werden teruggedreven door de geallieerde troepen.  Oorspronkelijk zou deze eerste gasaanval ten zuiden van Ieper plaatsvinden, maar de windrichting zorgde ervoor dat de gasaanval ten Noorden van Ieper plaats vond.

In april 1918 werd de gemeente heroverd na zeer zware beschietingen.  De eerste mensen die in 1919 terug keerden vonden nauwelijks nog hun dorp, laat staan hun huis, terug.  Verschillende vluchtelingen bleven in Frankrijk wonen anderen keerden dapper terug en startten met de heropbouw van de gemeente.

Na de wederopbouw werkten de mensen bij de boeren.  Hele groepen van de bevolking trokken naar Frankrijk om daar een seizoen te gaan werken. 

In 1971 fusioneerde Bikschote met Langemark en 6 jaar later, in 1977, ontstond de gemeente Langemark-Poelkapelle door de fusie van Langemark met Poelkapelle.