Reglement registratie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een belasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens zes opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.

Voorwaarden

  • De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende zes opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
  • Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden, te rekenen vanaf de termijn beschreven in paragraaf 2.

Bedrag

§1. Indien een gebouw of woning gedurende 6 opeenvolgende maanden in het verwaarlozingsregister staat, bedraagt de belasting 1500 euro.

§2. De belasting wordt vermeerderd met 1000 euro per bijkomende termijn van twaalf maanden die de woning of het gebouw in het register staat, te rekenen vanaf de termijn beschreven in paragraaf 1, tot een maximum van 4500 euro.

§3. Zolang de woning of het gebouw niet uit het register is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat bovenstaande termijnen zijn verstreken.

§4. Bij overdracht van het zakelijk recht wordt de belasting herberekend. De datum van de notariële akte geldt als referentiedatum om de heffingsdatum en het bedrag van de heffing te berekenen.

      Dit geldt niet:

  • indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
  • voor de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel.

Uitzonderingen

Vrijstellingen: zie artikel 10.

Voor wie

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde over de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op het ogenblik dat de belasting verschuldigd wordt.

§2. Indien er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

§3. Ingeval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister.