Reglement op het heffen van een belasting op tweede verblijven

Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven, gelegen op het grondgebied van de gemeente.

Voorwaarden

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie met woon- of verblijfsgelegenheid waarvoor niemand, voor zijn hoofdverblijf, is ingeschreven in het bevolking-, het vreemdelingen- of het wachtregister van de gemeente Langemark-Poelkapelle, maar die op elk ogenblik als woning of verblijf kan worden gebruikt en die als dusdanig is ingericht en uitgerust. Hieronder vallen ook de woningen die op de toeristische markt worden gebracht als vakantiewoning.  

Onder tweede verblijven worden onder andere verstaan: (land)huizen, bungalows, villa’s, appartementen, studio’s, weekendhuisjes, optrekjes en alle vaste woonverblijven met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, ongeacht het feit of ze al dan niet in het kadaster zijn opgenomen of in de kadastrale legger zijn ingeschreven.  

 Het tweede verblijf dient te voldoen aan alle hierna volgende eigenschappen:

  • het tweede verblijf is zodanig ingericht dat bewoning mogelijk is (meubels, sanitair, kook- en slaapgelegenheid);
  • het tweede verblijf en de eventuele tuin zijn onderhouden;
  • het tweede verblijf is toegankelijk;
  • De woongedeelten kunnen op een veilige manier worden verwarmd. Een relevant verbruik wordt aangetoond aan de hand van vb. de jaarlijkse verbruiksfactuur
  • Het tweede verblijf beschikt over elektriciteit. De elektrische installaties kunnen op een veilige manier gebruikt worden. Een relevant verbruik wordt aangetoond aan de hand van vb. de jaarlijkse verbruiksfactuur
Worden niet als tweede verblijf beschouwd:
  • de lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit;
  • garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens;
  • de gebouwen en woongelegenheden die aan sociale instellingen verhuurd of ter beschikking gesteld worden in het kader tijdelijke en korte verblijfsopvang, zoals moet blijken uit een voorgelegd bewijsstuk.

Procedure

§1. De belastingplichtige ontvangt jaarlijks een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde vervaldatum aan het gemeentebestuur moet worden teruggestuurd.

§2. De betrokkenen die geen formulier zouden ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan het gemeentebestuur de noodzakelijke gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van de belasting, en dit schriftelijk ten laatste één maand na de aanwending als tweede verblijf, de eigendomsverwerving of de ingebruikneming.

§3. Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige aangifte, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar.

Vooraleer over te gaan tot ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent de administratie aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Bedrag

§1. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd door de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar.

§2. Het basistarief voor tweede verblijven wordt vastgesteld op 500 euro per jaar en per tweede verblijf.

§3. Het verminderd tarief voor tweede verblijven die enkel gebruikt worden voor de huisvesting van seizoenarbeiders wordt vastgesteld op 150 euro per aanslagjaar en per tweede verblijf.

  • Een seizoenarbeider is een gelegenheidsarbeider zoals vermeld in 8bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, voor de duur van zijn tewerkstelling als gelegenheidsarbeider.
  • Het bewijs (vb. kopie gelegenheidsformulier) dient geleverd te worden dat de woning gebruikt wordt voor kortverblijf van seizoenarbeiders op 1 januari van het aanslagjaar of gedurende het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. 
  • Het pand beschikt over de vereiste stedenbouwkundige vergunning en beschikt over een geldig conformiteitsattest.

§4. Het verminderd tarief voor vakantiewoningen erkend door Toerisme Vlaanderen wordt vastgesteld op 150 euro per aanslagjaar en per tweede verblijf.

  • De vakantiewoning dient te beschikken over de vereiste stedenbouwkundige vergunning en er moet een gunstig brandweerattest worden voorgelegd.
  • Het bewijs dient geleverd te worden dat de vakantiewoning op 1 januari van het aanslagjaar of gedurende het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar als vakantiewoning werd gebruikt (aan de hand van verhuurcontracten, lijst van verhuring, facturen, …).
  • Indien de bewijzen niet voorgelegd worden, geldt het basistarief voor tweede verblijven.

Uitzonderingen

Vrijstellingen: zie artikel 10.

Voor wie

De belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de houder is van één van de volgende zakelijke rechten van het tweede verblijf:

  1. De volle eigendom;
  2. Het recht van opstal of van erfpacht;
  3. Het vruchtgebruik;
  4. Het recht van bewoning.

Indien er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

De hoedanigheid van tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld.