Commonwealth begraafplaatsen

Er zijn niet minder dan 7 Commonwealth begraafplaatsen gesitueerd in Langemark-Poelkapelle. Ze zijn allen gratis te bezoeken van zondsopgang tot zonsondergang : 

Poelcapelle British Cemetery - Brugseweg - Poelkapelle (7.478 gesneuvelden) 

Poelkapelle werd door de Duitsers op de Fransen veroverd op 20 oktober 1914. Op 4 oktober 1917 slaagde de 11th Division er in om het dorp te heroveren tijdens de 3de slag bij Ieper. Het werd door de Britten in april 1918 opnieuw uit handen gegeven tijdens de terugtrekking naar Ieper toe. Belgische troepen heroverden het definitief op 28 september 1918.

De gemeente telde meerdere Duitse militaire begraafplaatsen. Vlakbij Poelcapelle British Cemetery bevonden zich Poelcapelle East German Cemetery, door de Duitsers aangelegd en Poelcapelle New German Cemetery die door Britse opgravingsploegen werd aangelegd na de oorlog.

Poelcapelle British Cemetery ontstond na de oorlog door de concentratie van verspreide graven uit de omliggende slagvelden en door de ontruiming van kleine begraafplaatsen die naar hier werden overgebracht. De overgrote meerderheid van de slachtoffers sneuvelden in de tweede helft van 1917 en dan vooral in oktober, maar je vindt er ook veel graven met slachtoffers uit 1914 en 1915.

Er worden nu 7478 Commonwealth doden uit de Eerste Wereldoorlog herdacht. Daarvan zijn er 6229 niet-geïdentificeerden.

Opmerkelijk op de begraafplaats zijn twee zerken die naast elkaar staan.  Het ene is het grafzerk van Thomas Carthy die de oudste gesneuvelde was van zijn regiment.  Naast hem ligt John Condon begraven met de vermelding ‘age 14’ (leeftijd 14 jaar).  Hij zou de jongste gesneuvelde zijn aan Britse zijde. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat hier wellicht een fout werd gemaakt en dat Condon 18 jaar zou zijn. Ook nog opvallend op deze begraafplaats is het grafzerk van Hugh Gordon Langton die sneuvelde op 26 oktober 1917 op 32 jarige leeftijd tijdens het Passendale-offensief. Hij was een zeer getalenteerde violist. Op zijn grafzerk  zijn 6 muzieknoten in een notenbalk afgebeeld en dit als enige graf van alle Commonwealth graven. Dit graf vind je terug op de 2e rij Special Memorials/3e grafsteen.

Cement House Cemetery - Boezingestraat - Langemark (3.615 gesneuvelden)

Cement House Cemetery bevindt zich een kilometer ten zuidwesten van het dorpscentrum van Langemark, langs de weg naar Pilkem en Boezinge. De begraafplaats werd ontworpen door Reginald Blomfield en is ca. 9.685 m² groot.  De begraafplaats is een zogenaamde "open cemetery", wat betekent dat ze nog gebruikt wordt voor het begraven van stoffelijke resten die tegenwoordig nog altijd in de omgeving worden teruggevonden.

Er worden 3.615 doden herdacht, waarvan 2.429 niet geïdentificeerd konden worden.

Rond 21-24 oktober 1914 werd gevochten rond Langemark. Van april 1915 tot augustus 1917 bleef het dorp in Duitse handen. Iets ten westen van de Steenbeek bevond zich een boerderij waar de Duitsers een versterkte betonnen constructie hadden opgetrokken, en die de Britten Cement House noemden. In augustus 1917 werd hier opnieuw zwaar gestreden tijdens de Derde Slag om Ieper. De Britten konden na enkele dagen de bunker innemen en daarna Langemark heroveren. Naast de boerderij begonnen ze daarna met de aanleg van een begraafplaats, waar meer dan 200 gesneuvelden werden begraven. Ze bleven de begraafplaats gebruiken tot april 1918. Na de oorlog werd de begraafplaats verder uitgebreid met graven uit de omliggende slagvelden, uit burgerlijke begraafplaatsen en kleinere begraafplaatsen die werden ontruimd. Enkele begraafplaatsen waarvan graven naar hier werden overgebracht waren Asquillies Churchyard, Audregnies Churchyard, Elverdinge Churchyard, Hensies Churchyard, Heule Churchyard, Maisières Communal Cemetery, Meerendre Churchyard, Oostnieuwkerke Churchyard, Proven Churchyard, Quaregnon Communal Cemetery, Rolleghem Churchyard, Winkel St. Eloi Churchyard en Thulin New Communal Cemetery. Op de begraafplaats werden ook drie Special Memorials opgetrokken voor gesneuvelden die aanvankelijk op Pheasant Trench Cemetery, ten oosten van Langemark, waren begraven, maar van wie men het graf niet meer kon terugvinden. Vijf Britten en drie Newfoundlanders  worden eveneens met Special Memorial herdacht omdat hun graven niet meer gelokaliseerd konden worden en men vermoedt dat ze onder naamloze grafzerken liggen.

Onder de geïdentificeerde slachtoffers zijn er 1.150 Britten, 28 Canadezen, 4 Australiërs, 2 Nieuw -Zeelanders en 1 Zuid -Afrikaan.

In 1922 werden 487 gesneuvelde Franse soldaten die hier in 1917 begraven werden naar de Franse militaire begraafplaats Saint -Charles De Potyze overgebracht.

Op de begraafplaats werden ook 22 gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog (waaronder 5 niet geïdentificeerde) bijgezet. De meeste kwamen om bij de gevechten tegen het oprukkende Duitse leger en tijdens de terugtrekking van het naar Duinkerke.

De begraafplaats blijft in gebruik voor nieuw opgegraven stoffelijke resten. Zo werden hier op het eind van de 20ste eeuw en begin van 21ste eeuw nog tientallen gevonden lichamen van Britse gesneuvelden begraven.

Ruisseau Farm Cemetery - Melkerijstraat - Langemark (82 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt ongeveer anderhalve kilometer ten westen van Langemark en is bereikbaar via het erf van een boerderij. Ze werd ontworpen door William Cowlishaw en is 486 m² groot.

Er worden 82 Britse doden herdacht, waarvan er 6 niet meer geïdentificeerd konden worden.

De begraafplaats werd na de gevechten van 8 oktober 1917 aangelegd en bleef tot eind november 1917 gebruikt door artillerie eenheden. Van de 82 doden behoren er 30 tot de Foot Guards en 28 tot de Royal Artillery.

St-Julien Dressing Station Cemetery - Peperstraat - Sint-Juliaan (428 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt 3 km ten zuidoosten van de Grote Markt van Langemark-Poelkapelle en werd ontworpen door Reginald Blomfield. Ze heeft een zevenhoekig grondplan met een oppervlakte van 2.173 m².

Er worden 428 doden herdacht, waarvan 180 niet geïdentificeerde.

Sint-Juliaan lag tijdens de oorlog aan het front van de Ieperboog . Van het najaar van 1914 tot april 1915 was het in Britse handen, maar kort na de Duitse gasaanvallen viel het bij de Tweede Slag om Ieper  in Duitse handen. Begin augustus 1917 kon het dorp bij de Derde Slag om Ieper heroverd worden. Eind april 1918 viel het nog even terug in Duitse handen bij het Duitse Lenteoffensief ,tot het op 28 september uiteindelijk door Belgische troepen werd heroverd.

In september 1917 was men begonnen met de aanleg van de begraafplaats, waar tot maart 1918 gesneuvelden werden begraven. Oorspronkelijk lagen er 203 soldaten. De begraafplaats raakte in 1918 zwaar beschadigd door artillerievuur. Na de wapenstilstand werd de begraafplaats uitgebreid met graven uit de omgeving.

Er liggen 395 Britten, 15 Canadezen, 10 Australiers, 3 Nieuw-Zeelanders  en 5 Zuid -Afrikanen begraven. Voor 9 Britten en 2 Zuid-Afrikanen werden Special Memorial opgericht omdat hun graven niet meer gelokaliseerd konden worden. Men neemt aan dat ze onder de naamloze graven liggen.

Seaforth Cemetery (Cheddar Villa) - Brugseweg - Sint-Juliaan (149 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt langs de Brugseweg 1,3 km ten zuidwesten van het dorpscentrum van Sint-Juliaan. Ze werd ontworpen door William Cowlishaw en is 1.008 m² groot. Er worden 149 doden herdacht.

Langs de weg van Wieljte naar Sint-Juliaan stond een boerderij die door de Britse troepen "Cheddar Villa" werd genoemd. Dit was ook de aanvankelijke naam van deze begraafplaats. Maar in april 1915 werd tijdens de  Tweede Slag om Ieper in deze streek hevig gevochten waarna de gesneuvelden op deze plaats werden begraven. Omdat 101 van de 148 slachtoffers tot de 2nd Seaforth Highlanders behoorden werd op vraag van de bevelvoerende officier in 1922 de naam gewijzigd in Seaforth Cemetery.

Er liggen 149 Britten (waaronder 22 niet geïdentificeerde) en 1 Canadees begraven. Voor 19 Britten werden Special Memorials opgericht omdat hun graven door artillerievuur werden vernietigd.

Er zijn  uitzonderlijk voor een Britse begraafplaats, twee massagraven met respectievelijk 18 en 75 doden. Hun grafzerken staan langs de linker en rechter muur opgesteld en zij worden herdacht met twee Duhalow Blocks.Op een herdenkingsplaat achteraan op de begraafplaats staan 23 namen van leden van de Seaforth Highlanders die hier gesneuveld zijn maar van wie men niet weet waar ze begraven liggen. Hun namen staan ook vermeld op de Menenpoort.

Dochy Farm New British Cemetery - Zonnebekestraat - Sint-Juliaan 1.439 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt tussen Sint-Juliaan en Zonnebeke, werd ontworpen door Reginald Blomfield en is ongeveer 4.525 m² groot.

Er worden 1.439 doden herdacht, waarvan 958 niet geïdentificeerd konden worden.

Deze plaats was tijdens de oorlog lange tijd Duits bezet gebied. Vlakbij lag een boerderij die door de Duitsers tot een versterking werd uitgebouwd en door de Britten "Dochy Farm" werd genoemd. Op 4 oktober 1917 slaagde de 4th New Zealand Brigade er in deze boerderij te veroveren bij de gevechten om Broodseinde .

Omwille van de centrale ligging en vlotte bereikbaarheid werd de begraafplaats hier aangelegd na de oorlog. Hier werden gesneuvelden begraven die verspreid lagen in de omliggende slagvelden rond Boezinge, Sint-Juliaan, Frezenbergen Passendale. Nu rusten er 936 Britten, 305 Australiërs, 83 Canadezen, 98 Nieuw-Zeelanders  en 17 Zuid-Afrikanen. Voor 1 Brit en 1 Australiër werden Special Memorials opgericht omdat hun graven niet meer gevonden werden en men aanneemt dat ze onder een naamloos graf liggen

Bridge House Cemetery - Peperstraat - Sint-Juliaan (45 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt een kilometer ten zuiden van Sint-Juliaan, werd ontworpen door Arthur Hutton en is 196 m² groot.

Het werd eind september 1917 aangelegd door de 59th (North Midland) Division en werd genoemd naar een boerderij in de nabijheid van een brugje over de Steenbeek. Deze boerderij werd geregeld door een aantal eenheden gebruikt als medische post. Met uitzondering van 5 graven behoren alle gesneuvelden tot de eerder genoemde divisie waarvan de soldaten gesneuveld zijn tussen 26 en 28 september 1917 tijdens de slag om Ploygon Wood. Eén slachtoffer (W. Baker) sneuvelde op 16 augustus 1917.

Er liggen 45 Britten begraven waaronder 4 niet geïdentificeerde.

Er zijn niet minder dan 7 Commonwealth begraafplaatsen gesitueerd in Langemark-Poelkapelle. ze zijn allen gratis te bezoeken van zondsopgang tot zonsondergang : 

Poelcapelle British Cemetery - Brugseweg - Poelkapelle (7.478 gesneuvelden) 

Poelkapelle werd door de Duitsers op de Fransen veroverd op 20 oktober 1914. Op 4 oktober 1917 slaagde de 11th Division er in om het dorp te heroveren tijdens de 3de slag bij Ieper. Het werd door de Britten in april 1918 opnieuw uit handen gegeven tijdens de terugtrekking naar Ieper toe. Belgische troepen heroverden het definitief op 28 september 1918.

De gemeente telde meerdere Duitse militaire begraafplaatsen. Vlakbij Poelcapelle British Cemetery bevonden zich Poelcapelle East German Cemetery, door de Duitsers aangelegd en Poelcapelle New German Cemetery die door Britse opgravingsploegen werd aangelegd na de oorlog.

Poelcapelle British Cemetery ontstond na de oorlog door de concentratie van verspreide graven uit de omliggende slagvelden en door de ontruiming van kleine begraafplaatsen die naar hier werden overgebracht. De overgrote meerderheid van de slachtoffers sneuvelden in de tweede helft van 1917 en dan vooral in oktober, maar je vindt er ook veel graven met slachtoffers uit 1914 en 1915.

Er worden nu 7478 Commonwealth doden uit de Eerste Wereldoorlog herdacht. Daarvan zijn er 6229 niet-geïdentificeerden.

Opmerkelijk op de begraafplaats zijn twee zerken die naast elkaar staan.  Het ene is het grafzerk van Thomas Carthy die de oudste gesneuvelde was van zijn regiment.  Naast hem ligt John Condon begraven met de vermelding ‘age 14’ (leeftijd 14 jaar).  Hij zou de jongste gesneuvelde zijn aan Britse zijde. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat hier wellicht een fout werd gemaakt en dat Condon 18 jaar zou zijn. Ook nog opvallend op deze begraafplaats is het grafzerk van Hugh Gordon Langton die sneuvelde op 26 oktober 1917 op 32 jarige leeftijd tijdens het Passendale-offensief. Hij was een zeer getalenteerde violist. Op zijn grafzerk  zijn 6 muzieknoten in een notenbalk afgebeeld en dit als enige graf van alle Commonwealth graven. Dit graf vind je terug op de 2e rij Special Memorials/3e grafsteen.

Cement House Cemetery - Boezingestraat - Langemark (3.615 gesneuvelden)

Cement House Cemetery bevindt zich een kilometer ten zuidwesten van het dorpscentrum van Langemark, langs de weg naar Pilkem en Boezinge. De begraafplaats werd ontworpen door Reginald Blomfield en is ca. 9.685 m² groot.  De begraafplaats is een zogenaamde "open cemetery", wat betekent dat ze nog gebruikt wordt voor het begraven van stoffelijke resten die tegenwoordig nog altijd in de omgeving worden teruggevonden.

Er worden 3.615 doden herdacht, waarvan 2.429 niet geïdentificeerd konden worden.

Rond 21-24 oktober 1914 werd gevochten rond Langemark. Van april 1915 tot augustus 1917 bleef het dorp in Duitse handen. Iets ten westen van de Steenbeek bevond zich een boerderij waar de Duitsers een versterkte betonnen constructie hadden opgetrokken, en die de Britten Cement House noemden. In augustus 1917 werd hier opnieuw zwaar gestreden tijdens de Derde Slag om Ieper. De Britten konden na enkele dagen de bunker innemen en daarna Langemark heroveren. Naast de boerderij begonnen ze daarna met de aanleg van een begraafplaats, waar meer dan 200 gesneuvelden werden begraven. Ze bleven de begraafplaats gebruiken tot april 1918. Na de oorlog werd de begraafplaats verder uitgebreid met graven uit de omliggende slagvelden, uit burgerlijke begraafplaatsen en kleinere begraafplaatsen die werden ontruimd. Enkele begraafplaatsen waarvan graven naar hier werden overgebracht waren Asquillies Churchyard, Audregnies Churchyard, Elverdinge Churchyard, Hensies Churchyard, Heule Churchyard, Maisières Communal Cemetery, Meerendre Churchyard, Oostnieuwkerke Churchyard, Proven Churchyard, Quaregnon Communal Cemetery, Rolleghem Churchyard, Winkel St. Eloi Churchyard en Thulin New Communal Cemetery. Op de begraafplaats werden ook drie Special Memorials opgetrokken voor gesneuvelden die aanvankelijk op Pheasant Trench Cemetery, ten oosten van Langemark, waren begraven, maar van wie men het graf niet meer kon terugvinden. Vijf Britten en drie Newfoundlanders  worden eveneens met Special Memorial herdacht omdat hun graven niet meer gelokaliseerd konden worden en men vermoedt dat ze onder naamloze grafzerken liggen.

Onder de geïdentificeerde slachtoffers zijn er 1.150 Britten, 28 Canadezen, 4 Australiërs, 2 Nieuw -Zeelanders en 1 Zuid -Afrikaan.

In 1922 werden 487 gesneuvelde Franse soldaten die hier in 1917 begraven werden naar de Franse militaire begraafplaats Saint -Charles De Potyze overgebracht.

Op de begraafplaats werden ook 22 gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog (waaronder 5 niet geïdentificeerde) bijgezet. De meeste kwamen om bij de gevechten tegen het oprukkende Duitse leger en tijdens de terugtrekking van het naar Duinkerke.

De begraafplaats blijft in gebruik voor nieuw opgegraven stoffelijke resten. Zo werden hier op het eind van de 20ste eeuw en begin van 21ste eeuw nog tientallen gevonden lichamen van Britse gesneuvelden begraven.

Ruisseau Farm Cemetery - Melkerijstraat - Langemark (82 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt ongeveer anderhalve kilometer ten westen van Langemark en is bereikbaar via het erf van een boerderij. Ze werd ontworpen door William Cowlishaw en is 486 m² groot.

Er worden 82 Britse doden herdacht, waarvan er 6 niet meer geïdentificeerd konden worden.

De begraafplaats werd na de gevechten van 8 oktober 1917 aangelegd en bleef tot eind november 1917 gebruikt door artillerie eenheden. Van de 82 doden behoren er 30 tot de Foot Guards en 28 tot de Royal Artillery.

St-Julien Dressing Station Cemetery - Peperstraat - Sint-Juliaan (428 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt 3 km ten zuidoosten van de Grote Markt van Langemark-Poelkapelle en werd ontworpen door Reginald Blomfield. Ze heeft een zevenhoekig grondplan met een oppervlakte van 2.173 m².

Er worden 428 doden herdacht, waarvan 180 niet geïdentificeerde.

Sint-Juliaan lag tijdens de oorlog aan het front van de Ieperboog . Van het najaar van 1914 tot april 1915 was het in Britse handen, maar kort na de Duitse gasaanvallen viel het bij de Tweede Slag om Ieper  in Duitse handen. Begin augustus 1917 kon het dorp bij de Derde Slag om Ieper heroverd worden. Eind april 1918 viel het nog even terug in Duitse handen bij het Duitse Lenteoffensief ,tot het op 28 september uiteindelijk door Belgische troepen werd heroverd.

In september 1917 was men begonnen met de aanleg van de begraafplaats, waar tot maart 1918 gesneuvelden werden begraven. Oorspronkelijk lagen er 203 soldaten. De begraafplaats raakte in 1918 zwaar beschadigd door artillerievuur. Na de wapenstilstand werd de begraafplaats uitgebreid met graven uit de omgeving.

Er liggen 395 Britten, 15 Canadezen, 10 Australiers, 3 Nieuw-Zeelanders  en 5 Zuid -Afrikanen begraven. Voor 9 Britten en 2 Zuid-Afrikanen werden Special Memorial opgericht omdat hun graven niet meer gelokaliseerd konden worden. Men neemt aan dat ze onder de naamloze graven liggen.

Seaforth Cemetery (Cheddar Villa) - Brugseweg - Sint-Juliaan (149 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt langs de Brugseweg 1,3 km ten zuidwesten van het dorpscentrum van Sint-Juliaan. Ze werd ontworpen door William Cowlishaw en is 1.008 m² groot. Er worden 149 doden herdacht.

Langs de weg van Wieljte naar Sint-Juliaan stond een boerderij die door de Britse troepen "Cheddar Villa" werd genoemd. Dit was ook de aanvankelijke naam van deze begraafplaats. Maar in april 1915 werd tijdens de  Tweede Slag om Ieper in deze streek hevig gevochten waarna de gesneuvelden op deze plaats werden begraven. Omdat 101 van de 148 slachtoffers tot de 2nd Seaforth Highlanders behoorden werd op vraag van de bevelvoerende officier in 1922 de naam gewijzigd in Seaforth Cemetery.

Er liggen 149 Britten (waaronder 22 niet geïdentificeerde) en 1 Canadees begraven. Voor 19 Britten werden Special Memorials opgericht omdat hun graven door artillerievuur werden vernietigd.

Er zijn  uitzonderlijk voor een Britse begraafplaats, twee massagraven met respectievelijk 18 en 75 doden. Hun grafzerken staan langs de linker en rechter muur opgesteld en zij worden herdacht met twee Duhalow Blocks.Op een herdenkingsplaat achteraan op de begraafplaats staan 23 namen van leden van de Seaforth Highlanders die hier gesneuveld zijn maar van wie men niet weet waar ze begraven liggen. Hun namen staan ook vermeld op de Menenpoort.

Dochy Farm New British Cemetery - Zonnebekestraat - Sint-Juliaan 1.439 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt tussen Sint-Juliaan en Zonnebeke, werd ontworpen door Reginald Blomfield en is ongeveer 4.525 m² groot.

Er worden 1.439 doden herdacht, waarvan 958 niet geïdentificeerd konden worden.

Deze plaats was tijdens de oorlog lange tijd Duits bezet gebied. Vlakbij lag een boerderij die door de Duitsers tot een versterking werd uitgebouwd en door de Britten "Dochy Farm" werd genoemd. Op 4 oktober 1917 slaagde de 4th New Zealand Brigade er in deze boerderij te veroveren bij de gevechten om Broodseinde .

Omwille van de centrale ligging en vlotte bereikbaarheid werd de begraafplaats hier aangelegd na de oorlog. Hier werden gesneuvelden begraven die verspreid lagen in de omliggende slagvelden rond Boezinge, Sint-Juliaan, Frezenbergen Passendale. Nu rusten er 936 Britten, 305 Australiërs, 83 Canadezen, 98 Nieuw-Zeelanders  en 17 Zuid-Afrikanen. Voor 1 Brit en 1 Australiër werden Special Memorials opgericht omdat hun graven niet meer gevonden werden en men aanneemt dat ze onder een naamloos graf liggen

Bridge House Cemetery - Peperstraat - Sint-Juliaan (45 gesneuvelden)

Deze begraafplaats ligt een kilometer ten zuiden van Sint-Juliaan, werd ontworpen door Arthur Hutton en is 196 m² groot.

Het werd eind september 1917 aangelegd door de 59th (North Midland) Division en werd genoemd naar een boerderij in de nabijheid van een brugje over de Steenbeek. Deze boerderij werd geregeld door een aantal eenheden gebruikt als medische post. Met uitzondering van 5 graven behoren alle gesneuvelden tot de eerder genoemde divisie waarvan de soldaten gesneuveld zijn tussen 26 en 28 september 1917 tijdens de slag om Ploygon Wood. Eén slachtoffer (W. Baker) sneuvelde op 16 augustus 1917.

Er liggen 45 Britten begraven waaronder 4 niet geïdentificeerde.